Kapel di Alto Vista

De eerste bewoners van Aruba waren de indianen, “de Caiquetio’s”. De indianen die in die periode op Aruba woonden worden historische indianen genoemd, deze periode begon na de aankomst van de Spanjaarden op Aruba in 1499.

Toen de eerste Europese kolonisten in de 16de eeuw op Aruba kwamen, veranderde de levensstijl van de indianen zo erg, dat je kunt zeggen, dat het hele andere indianen waren: het christendom werd toen ook geïntroduceerd door de kolonisten.

In 1515 werden de Caquetio indianen van Aruba gedeporteerd om op de andere eilanden als slaven te gaan werken.

In 1527 kwamen ongeveer 200 indianen terug naar Aruba dit waren echter niet de Caiquetio indianen maar van verschillende andere groepen uit het Caribische gebied; ook kwamen en gingen veel indianen van Aruba naar Venezuela en omgekeerd.

We weten niet precies wie ze waren maar wel weten we dat hun religie “het christendom” heel sterk was.

Tot de 19de eeuw waren de indianen de grootste groep mensen op het eiland.

In de 18de eeuw regeerden de Nederlanders al over Aruba, de eerste Commandeurs (afgezanten van Nederland) verbleven bij Commandeurs baai, maar lieten niet veel Nederlanders emigreren naar Aruba, de meeste mensen bleven dus de indianen.

De grootste groep indianen woonde te Alto Vista  (wat hoog zicht betekent). De Casique (hoofd van een groep indianen) riep de indianen samen, meestal op zondagen en andere feestdagen, om een dienst bij te wonen en te bidden. Een zekere Antonio Silvester leidde de dienst.

Eerst gebeurde dat gewoon onder een boom of in een hut. Later besloot Antonio Silverster  een gebouwtje neer te zetten waar de diensten in werden gehouden.

Zo werd de eerste kapel gebouwd. De kapel werd gebouwd van keien met modder op elkaar gezet en afgestreken met kalk met een dak gemaakt van stro van maïshalmen.

In 1750 kwam Pastoor Pablo de Algamesi vanuit Coro (Venezuela) om de Kapel di Alto Vista in te wijden. Hij benoemde Antonio Silverter als eerste “Fiscal”. Een Fiscal is de bestuurder van de kapel.  De Pastoor van Coro stond voor het religieuze gedeelte in rangorde boven de Fiscal. De Fiscal leidde de indianen ook voor in het religieuze.

 In 1752 werd de schoonzoon van Antonio Silvester Miguel Alvares benoemd tot Fiscal. Miguel Alvares  leidde de indianen verder in hun gebeden in de Kapel di Alto Vista. Hij leerde hen vooral de rozenkrans bidden en op bepaalde feestdagen hadden ze processies naar de Kapel di Alto Vista.

In de 2de helft van de 18de eeuw brak de ziekte “De Pest” uit onder de indianen en vele van hen stierven. De overgeblevenen dachten dat het aan de plek Alto Vista lag, dat ze ziek werden en verhuisden naar het dorpje Noord. Het dorpje Noord groeide en op een gegeven moment kreeg het haar eigen Katholieke kerk. Echter op belangrijke feestdagen ging toch een processie naar de Kapel di Alto Vista.

Weer kwamen er veranderingen. Het gouvernement met de Commandeur verhuisde van Commandeursbaai naar Paardenbaai. Nu werd dat het centrum van Aruba.

Doordat het centrum van plaats veranderde en er ook een kerk kwam ging de functie van de Kapel di Alto Vista verloren.          

In 1816 verbood pastoor Piovarno het gebruik van de Kapel di Alto Vista, daardoor raakte de kapel in verval.

Toch bleven er nog steeds mensen naar de plek gaan waar de kapel had gestaan, niet meer in processies, maar meer in kleine groepjes om er de rozenkrans te bidden. Het enige wat er nog op die plek was, waren de 2 graven van de 2 eerste Ficals, Antonio Sivester en Miguel Alvares.

En zo begon het christendom op Alto Vista.

 In 1917 hoorde een meisje van 9 jaar, Maria Francesca Laclé  (beter bekent als Shon Kita ) het verhaal, toen ze werd gevormd. Dit greep haar zo aan, dat ze toen al besloot om later de kapel opnieuw te laten bouwen.

In 1944 begon ze met het inzamelen van geld voor de Kapel.De eerste inzameling deed ze in de vorm van een picknick.  Ze ging naarWadji Tromp de eigenaar van een grote kunuku in de buurt van Alto Vista. Na hem het verhaal te hebben verteld dat ze bij haar vorming had gehoord,  overtuigde ze hem van haar missie en kreeg ze alles voor niets: de kunuku, de stoelen, de kokossen en nog veel meer. Ook hielp hij haar met de mensen voor de picknick bij elkaar te krijgen. Alles was gratis dus daar kwamen wel mensen op af. Die dag had ze Fl. 2000.-aan giften bij elkaar verzameld, die ze gelijk de volgende dag naar de bank bracht. En zo volgden nog veel meer picknicks en feria’s.

Pastoor Frunt van Noord hoorde over de missie van Shon Kita en ging in zijn archieven zoeken of het verhaal wel bestond. En ja hoor, hij beaamde dat het verhaal van Shon Kita de waarheid was en raadde haar aan om naar Curaçao te gaan om aan Monseigneur v.d.Veen Zeppenveld  vergunning te vragen om de Kapel te herbouwen. Ze ging meteen met de eerste beschikbare vlucht per vliegtuig van Aruba naar Curaçao. Toen ze bij de bisschop aankwam en vertelde dat ze het terrein op Alto Vista, waar de ruïne van de oude kapel lag, wilde kopen om er een nieuwe Kapel op te bouwen voor de Maagd Maria. Zei de Monseigneur dat ze niet goed wijs was, om daar in de kunucu een kapel te bouwen, zodat de dronkelappen van Noord het weer kapot konden maken.

Teleurgesteld ging ze terug naar Aruba, waar Shon Kita samen met Pastoor Frunt een commissie stichtte, om nog meer geld in te zamelen voor hun doel: de Kapel di Alto Vista.

Na 2 jaar zei Pastoor Frunt tegen Shon Kita om het nog eens te proberen bij de monseigneur. En weer ging ze.

Bij de monseigneur gekomen, vroeg hij:” Wat kom je doen. Ik heb je al gezegd dat ik geen toestemming geef voor het bouwen van de kapel!” En weer ging ze teleurgesteld terug naar Aruba. Shon Kita wist dat in 1950 het 200 jarige bestaan van de Kapel di Alto Vista gevierd kon worden en ze bleef geld inzamelen voor het doel. Ook werden de bouwtekeningen gemaakt en toen alles klaar was ging ze voor de derde keer naar Curaçao.

Daar bij de monseigneur aangekomen. Deed zij gelijk het woord: “Dit is de laatste keer dat ik kom en ik wil een ja of een nee. Als het een nee is verdeel ik al het geld onder de mensen!” Nee, zei de monseigneur, “Geef het geld aan de kerk.” “Nee!” zei ze. Toen zei de monseigneur:”Je bent een verwend kind. Ga maar bouwen wat je wil.” Ze liet hem de bouwtekeningen zien, en hij zei dat het goed was. “Ga maar bouwen!” Blij kwam ze terug op Aruba en de commissie kon beginnen met de voorbereidingen voor de bouw van de Kapel.

 1950 hebben ze niet gehaald, maar in 1952 was de kapel klaar. Eerst hebben ze moeten zoeken naar het fundament van de oude kapel. Toen ze dat gevonden en uitgegraven hadden, begonnen ze de nieuwe kapel op dezelfde plaats te bouwen. In 6 weken van intens bouwen door vrijwilligers, in hun vrije tijd,was de kapel klaar.

Op 25 mei 1952 is Monseigneur v.d.Veen Zeppenveld naar Aruba gekomen om de kapel in te wijden

 Tot op heden gaan duizenden mensen per jaar naar de kapel, om er de rozenkrans te bidden zoals de indianen het vroeger deden. Op elke goede Vrijdag (de vrijdag voor Pasen) trekken er processies van alle wijken van Aruba lopend naar de Kapel di Alto Vista toe, om er eerst de kruisweg en daarna de rozenkrans te bidden.

Vele toeristen gaan met tourbussen naar de Kapel di Alto Vista en zijn verbaasd over de serene rust die de kapel uitstraalt. Vele van hen komen jaarlijks terug om van de rust en de vrede te genieten. Al meer dan 250 jaar komen  katholieke Arubanen en vreemdelingen er bidden tot God en de maagd Maria in de Kapel di Alto Vista.

Comments are closed.